De Raad van de EU

De Raad van de Europese Unie, vaak kortweg de Raad van de EU of de Raad van Ministers genoemd, vertegenwoordigt de regeringen van de 27 lidstaten. In de Raad komen nationale ministers samen om Europese wetgeving te bespreken, aan te passen en goed te keuren en om het beleid van de lidstaten op verschillende domeinen op elkaar af te stemmen.

De Raad vergadert voornamelijk in het Europagebouw in  Brussel. Samen met het Europees Parlement vormt hij in de meeste beleidsdomeinen de wetgevende macht van de Europese Unie.

Wat doet de Raad van de EU?

Een van de belangrijkste taken van de Raad is het bespreken en goedkeuren van Europese wetgeving. De Europese Commissie doet doorgaans een voorstel voor nieuwe wetgeving. Vervolgens behandelen het Europees Parlement en de Raad van de EU dat voorstel. In de meeste gevallen moeten beide instellingen akkoord gaan voordat het voorstel Europese wetgeving wordt.

Daarnaast coördineert de Raad het beleid van de lidstaten op verschillende domeinen. De nationale regeringen kunnen er dus gezamenlijke afspraken maken over onderwerpen zoals economie, landbouw, milieu, transport of justitie.

De Raad speelt ook samen met het Europees Parlement een rol bij het beslissen van de EU-begroting (het budget van de EU).

Hoe is de Raad van de EU samengesteld?

De Raad van de Europese Unie heeft geen vaste groep leden. Welke ministers samenkomen, hangt af van het onderwerp dat wordt besproken.

Wordt er bijvoorbeeld over landbouw gesproken, dan komen de ministers die bevoegd zijn voor landbouw uit de 27 lidstaten samen. Gaat het over economische of financiële onderwerpen, dan vergaderen de bevoegde ministers van Economie of Financiën.

Er bestaan daarom verschillende samenstellingen van de Raad. In elke samenstelling vertegenwoordigt één minister per lidstaat zijn of haar nationale regering.

Dat betekent ook dat de ministers in de Raad niet verkozen zijn als lid van een afzonderlijke Europese instelling. Ze zijn in de eerste plaats lid van hun nationale regering.

Wie is de voorzitter?

De Raad van de EU heeft geen vaste voorzitter zoals de Europese Commissie of het Europees Parlement.

Het voorzitterschap wisselt tussen de EU-lidstaten. Elke lidstaat neemt gedurende zes maanden het voorzitterschap op zich. De bevoegde minister van dat land leidt dan doorgaans de vergaderingen van de Raad.

Hierop bestaat een belangrijke uitzondering: de Raad Buitenlandse Zaken wordt niet geleid door het land dat op dat moment het voorzitterschap heeft, maar door de commissaris van de Europese Commissie die de portefeuille buitenlandse zaken heeft.

Hoe neemt de Raad beslissingen?

De Raad kan op verschillende manieren stemmen. Afhankelijk van het onderwerp gebeurt dat met een gewone meerderheid, gekwalificeerde meerderheid of unanimiteit. In de meeste gevallen wordt gebruikgemaakt van een gekwalificeerde meerderheid.

Bij een gekwalificeerde meerderheid moeten aan twee voorwaarden tegelijk worden voldaan:

  • minstens 55% van de lidstaten stemt voor. Met 27 lidstaten betekent dit minstens 15 landen;
  • die landen vertegenwoordigen samen minstens 65% van de totale bevolking van de EU.

Dit wordt ook wel de dubbele meerderheid genoemd.

Voor sommige politiek gevoelige onderwerpen (bijvoorbeeld, het budget of buitenlandse zaken) is echter unanimiteit vereist. Dan moeten alle lidstaten akkoord gaan. 

Kernpunten:

De Raad van de Europese Unie:

  • vertegenwoordigt de regeringen van de 27 lidstaten;
  • bestaat uit nationale ministers;
  • heeft geen vaste samenstelling: welke ministers aanwezig zijn, hangt af van het onderwerp;
  • maakt samen met het Europees Parlement Europese wetgeving;
  • coördineert het beleid van de lidstaten;
  • vergadert voornamelijk in Brussel;
  • heeft een wisselend voorzitterschap van zes maanden;
  • beslist meestal met een gekwalificeerde meerderheid;
  • gebruikt voor bepaalde gevoelige onderwerpen unanimiteit.

Oefening